Samenspel fractievoorzitter en wethouder



Ik merkte het zelf ook als fractievoorzitter:

de verhouding met de wethouder was na de invoering van het dualisme niet meer vanzelfsprekend.

In de fractievergadering wachtte de wethouder haar beurt meer af.

In de raad werd het fractievoorzittersoverleg opgericht, met een eigen griffier.

 De fractievoorzitters spraken zelf over de inrichting van gemeenteraadsorganisatie, er kwamen werkgroepen, bijvoorbeeld over kaderstelling.

De wethouder werd overal minder dominant.

Hier en daar ontstonden de eerste scheurtjes en breuken.

 

Sinds de invoering van het dualisme zoeken fractievoorzitters en wethouders naar een goede duale omgang. Uit het onderzoek1 naar gevallen wethouders blijkt dat wethouders vaak geconfronteerd worden met het wegvallen van steun uit de eigen partij. Hier kan sprake kan zijn van  doorgeschoten of misschien verkeerd begrepen dualisme2. Het is daarom van belang is dat ook raadsfracties meer gaan investeren in kadervorming, scholing en vooral rolvastheid. Extra aandacht voor ‘leiderschap in de coalitie’, met name door fractievoorzitters is nodig. En goed samenspel met de wethouders daarbij is aan te bevelen.

In dit artikel zet ik de succesfactoren voor een goed duaal samenspel op een rij. Praktisch en toepasbaar in jouw praktijk van vandaag. Precies nu je op weg bent naar het vaststellen van de kadernota en je je moet voorbereiden op een begroting die sterk in het teken zal staan van de financiële gevolgen van de Corona-maatregelen.

Rolverdeling

Fractievoorzitter en wethouder zijn belangrijke spelers op het politieke speelveld. Soms vechten zij om de macht binnen de gemeenteraad. Soms binnen de eigen partij. Het dualisme heeft de rolverdeling gezuiverd, maar niet persé vergemakkelijkt. Een fractievoorzitter die de wethouder weigert toe te laten in de fractiekamer speelt een politiek spelletje. De fractievoorzitter die de college-agenda samen met de wethouder bespreekt doet dat ook. Duaal samenspel gaat niet over het wel of niet met elkaar spreken, noch over machtsvertoon; het gaat over het besef van de rolverdeling en daarnaar handelen.

Ik was fractievoorzitter vanaf 2003 tot 2010. Met ‘mijn’ wethouder aan de fractietafel ging het in die tijd gelukkig goed. Met de wijsheid van nu kan ik vaststellen dat een aantal cruciale omstandigheden gunstig bleken. Zij was inhoudelijk sterk, maar niet politiek dominant en daardoor konden wij ons als fractie ontwikkelen. Het zat en zit in mijn aard om alles bespreekbaar te maken, dat hielp ons als we het beleid van ‘onze’ wethouder en haar college wilden veranderen. Een voorbeeld was de invoering van de Wet Maatschappelijk Ondersteuning (WMO), waardoor de inwoners in staat werden gesteld te kiezen voor een Persoonsgebonden Budget om hun voorziening te organiseren. Als fractie wilde wij meer persoonlijke keuzevrijheid voor de inwoner, onze wethouder wilde dit om budgettechnische én welzijnsredenen beperkt houden. We wisselen onze argumenten in de fractievergadering, we debatteerden met diezelfde argumenten in de raadsvergadering. De raadsmeerderheid besloot. De ene keer kregen we als raadsfractie de meerderheid aan onze zijde, de andere keer kreeg de wethouder dat. We accepteerden beiden de uitkomst.

Dit bleken de succesfactoren

  1. Spreek af wat de gezamenlijke partijstrategie is en hoe je, ieder vanuit je eigen rol, doelen kunt bereiken. Nodig de wethouder, in ieder geval, uit bij fractie-overleggen over de strategische koers.
  2. De wethouder en fractievoorzitter hebben een duidelijk beeld van hun eigen rol in het gemeentebestuur en handelen daarnaar.
  3. De fractievoorzitter is open over de doelen die de fractie wil bereiken.
  4. De fractievoorzitter en de wethouder hebben openhartig en veelvuldig contact over relevante ontwikkelingen.
  5. De fractievoorzitter en de wethouder kennen van elkaars standpunt en argumenten.
  6. Fractievoorzitter en wethouder verrassen elkaar niet in het publieke debat.

Niet alleen de ‘eigen’ wethouder

De succesfactoren om als fractievoorzitter en wethouder goed met elkaar om te gaan zijn zeker ook van toepassing op het gehele college. Als raadsfractie heb je niet alleen te maken met de ‘eigen’ wethouder, maar met het hele college. Als je geen wethouder hebt ‘geleverd’, dan heb je als nog te maken met alle wethouders in het college. Wat let je om met meerdere wethouders een goed contact te hebben, en op relevante momenten een wethouder uit te nodigen bij het fractieoverleg? Wethouders vinden het vaak ook fijn om contact te hebben. Ook dat weet ik overigens uit eigen ervaring. Zo lang je je beiden bewust bent van de rol die je vervult, deze zo nodig aan het begin van het  gesprek nog eens bevestigt, kan het de publieke besluitvorming alleen maar ten goede komen.

Twee potloden in een doosje. Het begint in de fractiekamer, het komt tot uiting in het raadsdebat. Rolbewust samenspel is essentieel in een goed functionerend gemeentelijk bestuur.



  • Wil je gratis meer toelichting ontvangen om de succesfactoren in de praktijk te brengen? Stuur een reply e-mail naar mailto:info@depolitiekeschool.nl en je krijgt de uitgebreide handleiding exclusief in je mailbox.
  • Wij werken aan een actualisatie van de leergang voor fractievoorzitters. We doen dat graag vanuit de praktijk. Zou je ons willen helpen? Vul dan een korte vragenlijst in. Naar de vragenlijst.
  • De tweedaagse training De Politieke Kaderschool richt zich specifiek op fractievoorzitters en hun rechterhand in de voorbereiding naar de kadernota. De eerste editie was succesvol.
  • Op 25 september 2020 organiseren wij een speciale debattraining Algemene Beschouwingen voor fractievoorzitters en hun rechterhand. Je kunt je nog opgeven. Voor informatie en aanmelding klik je op de volgende link: informatie debattraining
  • Verder lezen, meer informatie, iets te delen? Ik houd van interactie. Laat het hier weten.



1 Het hele onderzoek kun je lezen via deze link https://bit.ly/37UnTko

(artikel, onderzoek via inlog)

2 Het hele artikel van Titia Lont en Piet Buijtels (Trouw van 17 januari 2020) kun je hier lezen: https://bit.ly/2thg3Cr


Over De Politieke School

De Politieke School helpt raadsleden en fractievoorzitters hun weg te vinden op het politieke speelveld. En wil daarmee -kortgezegd- bijdragen aan lokale politiek zonder spelletjes door training, begeleiding, voorlichting en advies. Dit artikel is het er één uit de serie De fractievoorzitter centraal. www.depolitiekeschool.nl


Trudy Veninga

Trudy Veninga is trainer communicatieve vaardigheden, gespecialiseerd in de politieke praktijk van raadsleden en bestuurders. Ze is ruim 20 jaar zelf politiek actief geweest in het lokale politieke bestuur. Ze coacht, begeleidt en adviseert individuele politici en fracties, en helpt gemeenteraden het debat aantrekkelijk en navolgbaar te maken. Komt op voor het ambt van politici en voor vrouwen in bestuursfuncties. Ze houdt ook niet van politieke spelletjes en richtte daarom De Politieke School op.

Contact: 06 – 2141 4200  | info@depolitiekeschool

Reageren? Graag: De Politieke School / reactie