sigarettenpeuk op straat

Och, och, die Grapperhaus. Een moment van onnadenkendheid en hij wordt met pek en veren overladen. Een politiek spelletje? Nee, zo zou ik het niet noemen. Ik denk oprecht dat hij geprobeerd heeft om zich niet als een aso te gedragen. Je bent ook geen aso als je je schoonmoeder een knuffel geeft, laten we wel wezen. Maar anderen heeft hij daarvan wel beticht. Oerstom. Afijn, na het afrekeningsdebat en alle publiciteit zal het hem nu wel duidelijk zijn dat je een beetje beter op je woorden moet passen, en hélemaal op je daden. Als minister. In een publieke functie.

Je rekenschap geven van je publieke rol, je realiseren dat mensen je als voorbeeld zien, ook in je privé gedrag. Daar heb je in de lokale politiek ook mee te maken. Mijn collega wethouder, verantwoordelijk voor de buitenruimte, drukte eens een peuk op straat uit. Op een onbewaakt ogenblik. De volgende dag stond de foto in de krant. “Ik doe dit normaalgesproken nooit”, verklaarde hij zichtbaar ontdaan door de commotie. En ik geloofde hem. Misschien heeft hij de peuk zelfs nog opgeruimd nadat hij ‘m uitgedrukt had. Ik weet het niet meer. Het stond in ieder geval niet in de krant.

Je kunt ook nog iets zeggen over zo’n fotograaf, ook die lokale. Hoe integer is het om foto’s te schieten van onnadenkend gedrag van anderen? En ze ook nog eens ter publicatie aan te bieden? Zelfs al ga je niet met voorbedachte op stap, dan komt toch dat besluit om iets met de foto’s te doen. Je weet dat je iemand persoonlijk beschadigt. En toch bied je de foto’s aan. Waarop iemand anders besluit het te publiceren. Die zich ook wel ergens in zijn achterhoofd realiseert dat er iemand beschadigt raakt.

Als je de kwestie ontrafelt, dan zie je dat er een heleboel mensen betrokken zijn bij de openbaring van schadelijke foto’s. Er is kennelijk niemand die de trits stopt, die bedenkt dat alle mensen fouten kunnen maken. Die bedenkt dat je dat zelf ook zou kunnen overkomen: een regel overtreden. En dat je het zelf ook fijn vindt als dat gedrag je vergeven wordt.

In de gevallen van Grapperhaus en de wethouder kwam het boven water. In veel andere gevallen zal fout gedrag van een bestuurder niet bekend worden, net als het gedrag van de gewone mensen ook meestal niet wordt bestraft. Fietsers rijden door rood licht, klussen worden zwart gedaan, corona-regels worden overtreden, vuil wordt op straat gegooid.

Politiek gezien is het knuffelen van je schoonmoeder of het uitdrukken van een peuk op straat niet relevant. Het raakt niet aan de doelen die je wilt bereiken, noch aan je integriteit als bestuurder. Het laat zien dat je mens bent.

Nu kun je als bestuurder (dus ook als raadslid) natuurlijk blijven volhouden dat je dus mens bent, en dus ook soms domme dingen mag doen. En dat je dat niet aangerekend mag worden … Dat is feitelijk juist. Helaas is de werkelijkheid van vandaag anders. Alles is politiek, zelfs het persoonlijke. Je hebt ermee te dealen. Hoe vervelend en onterecht dat ook is.

Wat mij betreft had minister Grapperhaus zich rekenschap kunnen geven van deze realiteit. Door zich moeten gedragen alsof hij een boete had gekregen. Niet afdragen aan het Rode Kruis, maar gewoon betalen aan de Staatskas. Aan zijn gasten had hij kunnen vragen hetzelfde te doen. Voor afval op straat gooien bestaan ook boetes, dat had voor de wethouder wellicht ook een oplossing geweest. Als je een boete betaalt, als mens zoals andere mensen, dan straal je je schuldbewustzijn uit en onderga je de straf die we met zijn allen hebben vastgesteld. Als je een boete betaalt die je had moeten krijgen, dan geef je als bestuurder geloofwaardig invulling aan je beleid. Wat mij betreft is dat een belangrijke politieke les uit deze affaire.