Het was een heerlijke vakantie! Voor mij betekent dit altijd kamperen, fietsen, wandelen, uitgebreid eten en zo veel mogelijk lezen. De bagageruimte ligt dan ook altijd vol met boeken, tijdschriften, artikelen en ander achterstallig leeswerk. Ook is er ieder jaar ruimte voor vakliteratuur. Dit jaar was dat onder andere een dikke pil over de historie van de politieke cultuur van modern Nederland – geschreven door emeritus hoogleraar Geschiedenis van Nederland, de heer Piet de Rooy. Het heet “Ons stipje op de waereldkaart”. (Uitgebracht in 2014).

 

Voor mij las dit boek als een roman, zelfs een spannende. De Rooy beschrijft in heldere taal, nuchter en precies hoe Nederland in politiek opzicht is ontstaan en zich heeft ontwikkeld tot en met de opkomst van Pim Fortuyn en het populisme.

 

Wat ik heel erg interessant vond was de beschrijving van de opkomst van de politieke partijen. In de beginperiode van onze natiestaat waren deze er nog niet. Parlementsleden waren ongebonden politici die op eigen gezag besluiten meerderheidsbesluiten namen. Met de opkomst van politieke partijen kwam ook de beginselpolitiek op. Beginselen waren nodig om als partij voet aan de grond te krijgen, met andere woorden: om invloed te genereren. Ze fungeerden als verbindend element om leden bijeen te houden en nieuwe kiezers te winnen. Het zogenaamde partij-beginsel werd het belangrijkste richtsnoer voor de politici, politici gingen optreden namens hun achterban als volksvertegenwoordiger. Politieke programma’s werden geïntroduceerd. Hierin werden vanuit de beginselen een visie op de maatschappij opgesteld, antwoorden op de hedendaagse vraagstukken geformuleerd, en richting aangegeven voor de toekomst.

 

Vandaag de dag werken de politieke partijen nog steeds volgens ditzelfde systeem; zowel in de landelijke als in de lokale politiek. De beginselen zelf zijn gevarieerder geworden (bijv. dierenrechten, seniorenpartijen, lokale one-issue partijen), maar in verkiezingstijd en tijdens debatten vormen de beginselen steeds de leidraad om ergens voor of tegen te zijn.

 

Wat ook blijvend is, is de discussie of beginselen nodig zijn – zeker in de lokale politiek wordt deze kwestie voortdurend aan de orde gesteld. In de lokale politiek is het onzinnig om beginselen toe te passen volgens sommigen, omdat de besluiten immers eenvoudiger zijn en slechts ‘gezond verstand’ behoeven. “Er bestaan immers geen christelijke of liberale lantaarnpalen”. Daarnaast wordt het argument aangedragen dat beginselpolitiek belemmerend werkt op de snelheid van de besluitvorming.

 

Persoonlijk geloof ik wél in beginselpolitiek. Die lantaarnpaal die er staat is het eindresultaat, het eenduidige besluit, van verschillende visies op de maatschappij. Vanuit de verscheidenheid van maatschappelijke beginselen zoals solidariteit, veiligheid, gerechtigheid, duurzaamheid, dierenrechten en zelfs senioren kun je het eens worden over de plaatsing van lantaarnpalen.

 

Ga je nog met vakantie? Dan is dit boek een aanrader. Na het lezen geeft het inspiratie om te mijmeren over stippen aan de horizon waar de beginselen van jouw partij toe zouden kunnen leiden. In dat kleine stipje op de landkaart van Nederland.

 

Zevenhoven, 13 september 2017

Met dank aan de fractie van Samen Beter Nieuwkoop, van wie ik dit boek bij mijn afscheid als wethouder kreeg.