“Hoe beweeg je iemand naar je te luisteren en mee te gaan in je standpunt. Wat is daar voor nodig, welke hulpmiddelen kan je daarvoor gebruiken.”

 

Zomaar een vraag die een beginnend raadslid mij ooit stelde. Trouwens, ook ervaren raadsleden, kunnen tegen dergelijke kwesties aan lopen. In de fractievergadering is er niet altijd tijd om over een strategie na te denken, en in de wandelgangen leg je zo’n vraag niet gemakkelijk neer. Meestal leer je het in de praktijk, met vallen en opstaan.

 

Ik weet dat het vandaag vaak nog zo gaat. Er is alom enthousiasme over je komst in de fractie, maar op een bepaald moment gaat de nieuwigheid er af en is het ‘over tot de orde van de dag’. Van jou wordt verwacht dat je het langzamerhand vanzelf wel gaat snappen. En met een “stel je vragen vooral” of “je mag altijd bellen” is jouw ‘opleiding’ beslecht. Voor je het weet is de fractievergadering weer afgelopen, en zit jij nog met vragen. 

 

Zo verging het mij als raadslid. En dan was daar nog mijn angst om dom over te komen. Die is altijd groter geweest dan mijn moed om hulp te vragen. Ik wist ook niet goed bij wie ik precies terecht kon. Iemand bellen, en dus tijd claimen, durfde ik niet. In de fractie was geen tijd. Daar moesten de dossiers afgehandeld worden, en zette de meer ervaren fractieleden als vanzelfsprekend de toon. Ik was niet de enige nieuweling, maar degene die met mij binnenkwam leek alles direct te snappen. Dus ik las veel, keek naar anderen, en probeerde dat na te doen.

 

Zoals die keer dat ik een standpunt extreem goed had voorbereid. Alle argumenten op een rij, en mijn betoog opgeschreven. Ik had alles uit mijn hoofd geleerd, met de nadruk op sommige mooie woorden en prachtige vondsten. Trots kwam ik de commissievergaderzaal binnen, en bevlogen ging ik in mijn termijn van start met mijn betoog. Wat een ontgoocheling toen niemand reageerde, en er zelfs bij een commissielid een smalend lachje te zien was…

 

Vallen en opstaan dus, bij iedere nieuwe functie opnieuw. Pas toen ik kennis maakte met intervisie en dit geoefend had, durfde ik het aan om me aan te sluiten bij een intervisiegroep. Van wethouders, want dat was ik inmiddels geworden. Het was een opluchting en een verrijking om met vakgenoten over kwesties te praten. Om te ervaren dat ik niet de enige was die worstelde met dilemma’s. Maar ook om eindelijk vrijuit te kunnen spreken met mensen die werkelijk snappen hoe lastig politieke functies soms zijn.

 

Ondanks dat onze carrièrepaden zijn gewijzigd, komen wij na 8 jaar nog steeds bijeen om elkaar te helpen en te steunen. Vooral door het stellen van vragen, die bij ons opkomen vanuit onze eigen praktijk. In de basis houden we ons ook nog aan de intervisieregels die we ooit leerden: uitstellen van het geven van advies bijvoorbeeld. Intervisie heeft mij verlicht in mijn werk, en geholpen om mijn angst om dom over te komen te overwinnen. Durf jij het ook aan?