Afbeelding van Pixabay


In het volle publieke licht zichtbaar maken dat je van standpunt wijzigt, vergt moed.
Je loopt het risico dat je wordt weggezet als een slappeling of een draaier.
Vandaag kan je er op worden aangesproken in de raadszaal, morgen op straat bij de bakker en volgende week op de ledenvergadering.
En de krant verschijnt ook nog….
Hoe kun je een debat voeren waarin je een geloofwaardig je mening kunt bijstellen? 



In dit artikel ga ik in op de dialoog en hoe je deze kunt laten zien aan het publiek. Ik plaats het in het kader van de behandeling van de kadernota. Die staat deze maand op de politieke agenda van de meeste gemeenteraden.

Het politieke debat beslaat de hele periode van het besluitvormingsproces.

Een besluitvormingsproces begint bij een opgeschreven voornemen, bijvoorbeeld in de begroting. De duur van het proces kan uiteenlopen van enkele weken tot wel een jaar of langer. In het geval van de kadernota is dat enkele maanden. Met het vaststellen van de kadernota in juni beginnen raadsleden met de voorbereidingen voor de begroting van 2021. De belangrijkste uitgangspunten en doelen worden vastgesteld. Hierna gaat het college aan de slag om de begroting te maken. Het coronavirus heeft dit jaar een flinke vinger in de pap. Gemeenten hebben extra geld uitgegeven om de maatregelen van het kabinet uit te voeren, zoals de Tozo of corona-testen (GGD) en de digitalisering van de besluitvorming. De toekomstige uitgaven zijn onzeker, en daarmee het financiële plaatje ook.

Aan de gemeenteraad de taak om het college een opdracht mee te geven om het geld goed te verdelen. Tegelijkertijd heb je als individueel raadslid of fractie ook je eigen missie waar te maken. Je hebt kiezers beloofd je hard te maken voor een aantal verbeteringen. De kadernota is hét moment om je politieke prioriteiten om te zetten in een concreet beleidsvoornemen. In een reeks artikelen1 ga ik in op de voorbereidingen voor dit belangrijke politieke moment. Hieronder krijg je tips over de voorbereiding op het publiekelijk voeren van het politieke debat.

1. Het politieke debat begint op het moment dat de stukken openbaar zijn.

Vanaf het moment dat de stukken openbaar zijn weet het publiek dat de politiek gaat besluiten, en wanneer. Voor de politieke partijen is dit de fase tussen de beeld- en oordeelvormende fases2 in. De commissievergadering is in zicht. Als het goed is, heb je je een beeld gevormd en jouw insteek bepaald. Je weet wat je wilt bereiken, je kent je marges. Vanaf dit moment ga je de politieke haalbaarheid van jouw punten verkennen. Ik noem dit de dialoogfase.

Essentieel is dat het doel dat je wilt bereiken publiekelijk bekend is. Dit wordt nogal eens vergeten, omdat het debat nog niet gevoerd is en het besluit nog niet vaststaat. Toch is het slim om jouw insteek wél te delen. Dat is immers jouw visie. Deze kenbaar maken laat zien dat je een open agenda hebt.

Dat je in het debat water bij de wijn moet doen snapt iedereen. Dat je alleen een eindcompromis verdedigt snapt niemand. 

2. Het debat heeft zin als de ander ook gelijk kan hebben

In het debat komt het aan op luisteren. Luisteren is de belangrijkste vaardigheid die een politicus zich eigen moet maken. Goed luisteren kun je alleen als je je realiseert dat de ander ook gelijk kan hebben. Elk raadslid vertegenwoordigt een deel van de bevolking; ook dat deel verdient het om gehoord te worden en iets van zijn belang terug te zien in besluiten.

Vraag in het debat dus naar het waarom, naar alternatieven, naar de grenzen van de ander. Op jouw beurt geef je jouw doel en jouw motieven aan. Het mooiste is als deze dialoog publiekelijk in een openbare vergadering gevoerd wordt.

Het resultaat van zo’n dialoog is dat publiek snapt dat gelijk hebben niet altijd betekent dat je gelijk krijgt. 

3. Voer het debat op hetzelfde niveau 

Je inzet van het debat herhaal je al in alle publieke vergaderingen. Dat is altijd hetzelfde doel als je gecommuniceerd hebt. Aan andere raadsleden stel je vragen om hen hun inzet te ontlokken. De vraag wat de ander nodig heeft om tot consensus te komen kun je ook stellen. Je kunt ook vragen stellen aan het college om te controleren vanuit welk kader zij werken en wat zij met de voorstellen willen bereiken.

Soms loopt een debat stroef. De oorzaak daarvan zit vaak in het niveau waarover over de kwestie gedebatteerd wordt. Er zijn drie niveaus waarop je een kwestie kunt bespreken: de standaardgeschilpunten. Dit zijn ze:

* spreken we over hetzelfde probleem?

* spreken we over dezelfde oplossing?

* spreken we over de voor- en nadelen van de oplossing?

Wil je een zinvol debat voeren dat ook nog eens volgbaar is voor het publiek? Probeer het debat dan altijd terug te brengen tot het niveau waarover je het eens bent. Als je het niet eens bent over het probleem (de grootte, de urgentie), dan is een debat over de oplossing zinloos. Als je het niet eens bent over de oplossing, dan heeft debatteren over de consequenties geen nut. Als je het niet eens bent over het bestaan van het probleem, debatteer dan over het probleem. 

4. Overtuig het publiek, niet elkaar. 

Het politieke spel om standpunten van andere partijen te verkennen en meerderheden te onderzoeken gebeurt (te) veel achter de schermen. Soms is het logisch: om water bij de wijn te kunnen doen zonder gezichtsverlies en elkaar in de openbaarheid met respect te blijven bejegenen is de luwte nodig. Als je achter de schermen elkaars standpunten hebt verkend, misschien al richting een compromis bent gekomen, is het gevaar groot dat vergeten wordt het proces publiekelijk over doen.

Laat je dus niet verleiden om in de publieke vergadering slechts het besluit te verdedigen. Vertel altijd wat je insteek was en hoe je tot je stem gekomen bent. Vertel jouw verhaal en beschrijf de reis die je hebt afgelegd om tot een eindoordeel te komen. Als je je best gedaan hebt in dialoog tot consensus te komen, elkaar te bevragen in het debat en transparant bent over je eigen doel, dan dwing je respect af bij de gemeenteraadsleden en in de samenleving.  Dan kun je geloofwaardig je oordeel bijstellen. Een half gescoord punt is dan een goede score.



1 Eerder artikelen in deze reeks vind je hier: Kaderstellen in de gemeenteraad

2 Uitgangspunt is het zogenaamde BOB-model dat veel gemeenteraden hanteren in het besluitvormingsproces. De besluitvorming start met de beeldvormende fase, dan volgt de oordeelvormende fase, tenslotte volgt de besluitvormde fase. De fases kunnen langere periodes bestrijken, maar elke fase wordt afgesloten met een besluit om de volgende stap te nemen.


Trudy Veninga

Trudy Veninga is trainer communicatieve vaardigheden, gespecialiseerd in de politieke praktijk van raadsleden en bestuurders. Ze is ruim 20 jaar zelf politiek actief geweest in het lokale politieke bestuur. Ze coacht, begeleidt en adviseert individuele politici en fracties, en helpt gemeenteraden het debat aantrekkelijk en navolgbaar te maken. Komt op voor het ambt van politici en voor vrouwen in bestuursfuncties. Ze houdt ook niet van politieke spelletjes en richtte daarom De Politieke School op. 

Contact: 06 – 2141 4200  | info@depolitiekeschool

Reageren? Graag: De Politieke School / reactie




Wil je de tips echt leren toepassen?

In september organiseren Brigitte Leferink en ik een exclusieve debattraining voor fractievoorzitters en hun rechterhand. Om hen te helpen zich voor te bereiden op het begrotingsdebat. Hier lees je er meer over en kun je je opgeven:

EXCLUSIEVE DEBATTRAINING

Heb je minder tijd, maar wel een leerwens of de behoefte aan sparren?

Dan is een abonnement op de Politieke Hulplijn aan te bevelen. Hier lees je er meer over en kun je een strippenkaart aanschaffen:

DE POLITIEKE HULPLIJN

Je kunt je natuurlijk altijd opgeven voor de nieuwsbrief! (En je weer afmelden als dat zo uitkomt)

Aanmelden kan hier:

AANMELDEN NIEUWSBRIEF