De Vereniging voor Raadsleden publiceerde deze week een rapport over het bewustzijn van de bestuurlijke rol van de raad bij raadsleden. De column van Lex Oomkes in Trouw (13 maart 2019) legt bloot wat er schort aan het debat dat niet meer is gericht op de rol van medewetgever. De deelnemers aan de debattraining gaven aan precies dit dilemma aan den lijve te ervaren.

Hoe kun je als raadslid scherp debatteren, je profileren en toch ook constructief bijdragen aan besluitvorming met de grootst mogelijke meerderheid? Met andere woorden: hoe pak je je bestuurlijke rol op?

 

Een goede vraag

 

Op het moment dat ik als trainer uitleg dat je in een debat de stelling van de opponent herhaalt, en daarna weer terug komt bij je eigen standpunt, vragen deelnemers mij: maar hoe kom je dan tot een gezamenlijk besluit? Dat lijkt op een draai.

Op het moment dat ik als trainer uitleg dat je een politiek debat voert voor het publiek, geven deelnemers aan dat je dan wel heel gemakkelijk vervalt in populistische standpunten. Een terechte zorg.

 

Debatteren is inmiddels een synoniem geworden van elkaar de loef afsteken, ruzie maken. Lex Oomkes kon het niet scherper analyseren. Hij stelt onder andere dat er in de Tweede Kamer 'debatten in overvloed worden gevoerd, maar dat ook die slechts bij hoge uitzondering uitstijgen boven het niveau van elkaar verwijten maken en spitsvondige stellingen voor de voeten werpen'.

 

De media doen het al niet veel beter. In televisiedebatten worden stellingen geponeerd die vooral veel emotie moeten oproepen, maar geen informatie geven over standpunten die er politiek toe doen. De debatdeelnemers worden gedwongen in one-liners te spreken. Nuances worden afgekapt.

 

Zucht

 

Hoe kun je als raad en als raadslid nu wel opereren? Mijn advies is toch consequent te blijven werken aan openheid, transparantie, duidelijkheid over je standpunt en laten zien dat je, als gemeenteraad mét elkaar, in staat bent om naar een besluit toe te werken waar voor iedereen iets iets terugkomt van zijn inzet. Het kan, als je het publieke debat ziet als het totale proces van besluitvorming. Hieronder leg ik het uit.

 

De besluitvormende vergadering is het sluitstuk van het proces van het publieke debat. Het publieke debat begint op het moment dat de stukken openbaar zijn. Na openbaarmaking volgt de besluitvorminsprocedure. Meestal in drie stappen: beeldvorming, meningsvorming en besluitvorming. In beeldvormende bijeenkomsten vergaar je informatie om de probleemstelling te verhelderen (welk probleem lossen we precies op?) en de oplossingen te wegen. In de meningsvormende fase tast je af wat andere partijen vinden, en zoek je naar overeenkomsten in de probleemstelling en de oplossingsrichtingen. Je probeert met elkaar te komen tot een eensgezinde definitie van het probleem dat er opgelost moet worden. Als dat lukt, is dit het moment dat je kunt werken aan een besluit dat op basis van consensus* genomen wordt.

In de besluitvormende vergadering voer je het formele debat, waarin je laat zien hoe verschillende meningen kunnen leiden tot een gemeenschappelijke oplossing. Er leiden tenslotte meer wegen naar Rome.

 

Dus

 

gebruik het gehele besluitvormingsproces (beeldvormende, opiniërende en besluitvormende vergaderingen) voor het debat, en begin daarmee in de beeldvormende fase:

 

- formuleer je betogen helder door het probleem te benoemen dat je wilt oplossen, je oplossing uit te leggen en te illustreren met een voorbeeld.

 

- luister goed of de anderen hetzelfde probleem zien als jij, en welke oplossingen zij aandragen.

 

- reageer op de ander met een herhaling van wat diegene zei, jouw mening en eindig met jouw visie op het probleem en je oplossing.

 

- blijven de verschillen in oplossingen groot? probeer elkaar te vinden door middel van het definiëren van het probleem.

 

 

* Iedereen vindt iets van zijn eigen standpunt terug in de oplossing


https://www.trouw.nl/opinie/ee...

https://www.raadsleden.nl/actueel/nieuws/raadsleden-onbewust-over-bestuurlijke-rol-van-de-raad